zaterdag 15 december 2012

Gebakken vis en ander lekkers te koop

Naast de mensen die de gebakken vis direct op de locatie bij het meer verkopen zijn een stukje verderop onder de bomen ook mensen met heel grote platte pannen bezig met het bakken van vis. Net als bij ons visrestaurantje wortd gestookt op hout en gebakken in olie. Deze mensen bereiddn hier de vis, die zij verkopen in Jinja centrum.
In Oeganda, dat op de evenaar ligt, wordt het 's avonds tegen kwart voor zeven schemerig en om zeven uur is het helemaal donker.

Dan is het leven op straat in volle gang en wordt er eten ingekocht. Je kunt in Jinja 's avonds in de stad op heel veel plaatsen bereid eten in stalletjes kopen en dat is dan nog lekker en veilig te eten ook. Heerlijke chipatties worden verkocht naast geroosterde kippenpoten (aan een stokje) en een spiezen met blokjes rundvlees. De eerste avond in Jinja hebben we bij de zelfgekookte zoete aardappelen en een lekker tomaten/ui/paprikaprutje ook geroosterde kippenpoten gekocht/gegeten. Een magere kippenpoot met barbequesmaak.
Een andere avond, toen het veel te laat werd om te koken zijn we eten gaan halen. Dit keer niet op straat, maar in een Afrikaanse bar, waar in het achterste deel een buffet met dagelijkse kost stond opgesteld. Voor een klein bedrag van omgerekend € 2,50 per portie kon je in een aluminniumbakje zoveel opscheppen als je wilde (in dat royale bakje kon) en daarbij was er keuze uit het echte Oegandese voedsel rijtje: Ierse aardappelen (zoals wij ze kennen), matoke, chipatties, bruine bonen, rijst, kippenpoot, geitenvlees en een koolsalade. Je kon je maaltijd ook in de bar nuttigen, maar dan had je wel oordoppen nodig en van een gezellig gesprek was er zeker niets gekomen, dus wij hebben thuis al het lekkers gegeten.  

zondag 2 december 2012

Visrestaurant

In de tweede week van ons verblijf staat een speciale maaltijd op het programma. Vis eten a la Jinja. Jinja ligt behalve aan de bron van de Nijl ook aan het Victoriameer met daarin veel vis (wie de film 'Darwin's nightmare' kent weet dat dit niet onverdeeld gunstig is, maar daar gaat het verhaal vandaag niet over). Er staat een grote visfabriek buiten Jinja, maar de vis die qua formaat niet geschikt is, wordt aan locale handelaren verkocht. Daaronder ook een paar mensen die daarmee hun 'visrestaurant' runnen. We hebben gepland om er te gaan lunchen, maar het slechte weer zorgt voor vertraging. Tegen half vijf is het droog genoeg en we besluiten er een vroeg diner van te maken. Met vieren, want vriendin Eunice gaat ook mee, stappen we achterop boda's en rijden Jinja uit. Je moet zelf je drinken meebrengen, dus onderweg wordt afgestapt om voor ieder een flesje bier te kopen. Met enig geglibber en geglij (maar we blijven schoon) arriveren we op een groot grasveld met een klein kot erop. We worden welkom geheten door mevrouw. Zij tovert uit een ander  hokje (haar huisje?) vier stoelen en een tafeltje en we nemen plaats. Op de werkbank van het 'restaurant' ligt een prachtige vis al voorbewerkt en wij bestellen 1,5 kilo vis. Die gaat vervolgens in een wok op een houtvuurtje. Het is nog rustig op het veld, maar wij genieten van elkaars gezelschap en de vogels die we rondom ons zien. Bovendien staan mensen een stuk verder op ook vis te bakken, maar daarover vertel ik in de volgende blog. De vis wordt geserveerd op een stalen dienblad, waarbij we ook nog de bestelde tomaten met rode uiensalade krijgen.
We hebben de opener voor de bierflesjes vergeten, dus we pionieren wat om de flesjes toch open te krijgen. De vis is werkelijk verrukkelijk, al moeten we zelf de graten en de kop uit de stukken vissen. De graten gooien we gewoon op de grond (wel een beetje een zwiep geven zodat ze niet direct naast je stoel vallen) en direct daarna komen er enkele 'schoonmakers' die deze graten en laatste restjes vis opruimen. Het is effe wennen, want deze dames en heren zijn niet de meest apetijtelijke onder de vogels, maar effectief is het wel. We vinden de vis zo lekker, dat we er nog een kilo bij bestellen. Het is echt genieten!!
Als we zijn uit gegeten wacht ons nog een verrassing. We hebben altijd ontsmettingsmiddel in de tas mee, dus voor de maaltijd hebben we ons handen schoongemaakt. Nu na het eten, dat je gewoon met je handen doet, komt mevrouw weer. Zij plukt aan de kanten van het grasveld een bos met kruiden en we krijgen allemaal een 'boeketje'. Het is de bedoeling dat we daarmee onze handen inwrijven, daarbij ook nog een stukje zeep en een kleine scheut water. Het hele spulleke moeten we net zo lang over onze handen wrijven, toedat het een ongelooflijk groene drap wordt. Daarna worden de handen met water afgespoeld en zijn ze dus echt prachtig ontvet en schoon. Al met al een heerlijke, ontspannen maaltijd. Zeker voor herhaling vatbaar!!

zaterdag 17 november 2012

De was doen

Namboso
Tijdens ons verblijf in Tororo komt op een middag Namboso om de was te doen. Het is gebruikelijk dat mannen en vrouwen die buitenshuis werken hun was door de hulp laten doen. Het scheelt een paar uur werk, maar bovenal voorzie je deze vrouwen van een inkomen. In het geval van Namboso is een middag de was doen (en daarna nog even de vloer dweilen) goed voor een maand huur van haar huisje. Er zijn nauwelijks wasmachines in Oeganda en de was wordt in plastic teilen, op de hand gedaan. Met koud water en een soort sunlightzeep. Bij de huizen zijn enkele ijzeren draden gespannen, waarop alle bewoners hun was te drogen hangen. Als de buren dus was buiten hebben hangen, zul je even met jou was moeten wachten. Namboso schuift de droge was van de buren naar een klein deel van de lijn en begint met het ophangen van de natte was, die helemaal niet uitgewrongen is. Dat is niet nodig, want het droogt doorgaans in de zon toch wel lekker snel. Er zijn wel knijpers, maar die worden niet gebruikt. Laura en ik zitten op de veranda met ons boek en kijken het werk zo eens aan (voelt natuurlijk wel een beetje dekadent). Maar de was hangt nog geen half uur, of we zien een erg donkere lucht boven de Torororots verschijnen. En binnen een paar muniten steekt er zo'n sterke wind op dat, voordat wij er erg in hebben de eerste stuks wasgoed al van de lijn zijn gewaaid. In de rode stof, dus dat deel moet weer opnieuw. De rest van de was halen we met drieën al rennend binnen en dan is het weer heel gemakkelijk dat er geen knijpers zijn gebruikt. Het onweer barst los en dat betekent onherroepelijk ook, dat de stroom uit valt.
Laura en ik zijn dan wel weer echte westerlingen, dus wij bedenken direct een oplossing: wij spannen lijntjes door de kamer en de slaapkamers, wringen de schone was wel stevig uit en hangen die, staand op een stoel, binnen te drogen. Probleem is nog wel dat het binnen heel donker is door de zware bui buiten, dus we kunnen weinig zien. Maar ook daar heeft Laura een oplossing voor en haar 'hoofdzaklamp' bewijst goede diensten. Namboso kijkt haar ogen uit.


Een week later wordt de was van Alex en Rinty in Jinja gedaan. Ook daar zit het qua weer niet mee, want ook daar begint het te regenen als de was net buiten hangt. Helaas is er in het huis in Jinja geen plaats om de was binnen te drogen, dus die hangt enkele dagen op het achterplaatsje waar nog drie andere gezinnen hun huisje hebben.


zondag 11 november 2012

Ssezibwa Falls

Ssezibwe falls
Ergens tussen Kampala en Jinja, aan de rand van Mabiraforest ligt de Ssezibwa Falls. Het is een heilige plaats voor talloze mensen die naast het ons bekende Christendom of de Islam toch ook nog dagelijks leven met natuurgodsdiensten. 'Er was eens een vrouw die zwanger was. Toen het tijd werd om te bevallen, klim zij omhoog in het woud en beviel daar. Niet van een mensenkind, maar van leven gevend water.'  Het water begint slechts zo'n 40 á 50 meter voor de waterval, waar het opborrelt uit de grond (dat punt konden we vanwege het oerwoud niet precies bereiken). En dan dus na dat korte stuk een stevige waterval. Misschien niet zo hoog als menig andere, maar door de korte 'aanloop' wel heel indrukwekkend.
De klim valt erg mee en onderweg komen we  enkele offerplaatsen    tegen, waar ook nu nog regelmatig voedsel voor de goden wordt   achtergelaten. Het prachtige gebied, met de meest mooie kleuren groen is doorvlochten met kleine akkertjes. Het is er stil op de vrijdag dat wij er zijn. Op een bus met studenten (kennelijk in het kader van een uitwisselingsprogramma, want we zien Oegandese studenten in  schooluniform en blanke jongelui in backpackeroutfit) na is het er stil. We zien we wat mensen die hun akkers gaan bewerken. We genieten van de omgeving en boven bij de waterval eten we onze onderweg gekochte lunch. Een geweldig fijn uur waarin we de rijkdom op ons laten inwerken.

We wandelen uiteindelijk weer terug naar de huurauto en krijgen bij de slagboom nog wat wisselgeld van de parkeerwacht terug. Er is wat onduidelijkheid over de hoogte van het bedrag. De man spreekt geen Engels en de 'locale' taal is voor Rinty ook niet duidelijk. Inmiddels is het al wat later in de middag en de wacht verwacht kennelijk geen verder bezoek meer. Hij vraagt ons om een lift naar de hoofdweg. Rinty vertelt dat het zeer gebruikelijk is, want er is in dergelijke gebieden geen openbaar vervoer. Dus de man wringt zich tussen onze koffers op de achterbank. Uit het gesprek dat dan volgt blijft dat deze jongeman een Congolees is die de grens is over gestoken op zoek naar een beetje inkomen. De taal die hij spreekt is Swahili of Frans, twee talen die wij ook niet machtig zijn. Dat verklaarde wel zijn moeilijk uitgesproken Lunganda toen hij het bedrag noemde. Uiteindelijk vraagt de man ons ook nog geld voor het repareren van zijn horloge, maar dat wordt hem vriendelijk, doch beleefd geweigerd.  Wij vervolgen onze weg over de snelweg richting Jinja, waarbij we voor mij ook al bekende punten passeren.
 



zondag 4 november 2012

Gras 'maaien'

Rinty woont in Tororo in een klein complex van zes woningen. Er staat nog geen muur als afscheiding om het terrein, omdat de huisbaas nog geen geld heeft om die te laten bouwen. Elk huisje heeft een veranda, daarvoor is een strook van circa 3 meter aangestampte aarde (de normale structuur van een 'weg') en de rest van het terrein is gras en onkruid. Tijdens ons bezoek werd de huisbaas aangesproken op zijn verplichting om het terrein te onderhouden. Het gras moest nodig worden gemaaid, vanwege de mogelijke aanwezigheid van slangen, die zeker niet te dicht bij de huizen mogen komen. James zegt toe er binnen enkele dagen voor te zorgen dat het terrein wordt bewerkt. Hij houdt woord en twee dagen later komt een man met een groot hakmes, waarmee hij de strook helemaal onkruid vrij maakt. Voor de rest heeft hij een andere oplossing meegebracht: 5 koeien die de verdere dag wat van het gras eten. Een leuke (overigens niet afdoende) oplossing, waarom we hartelijk hebben gelachen.

Tweede verblijf in Oeganda

Van 18 oktober 2012 tot en met 1 november 2012 ben ik weer op (werk)bezoek geweest in Oeganda, met name in de plaatsen Tororo en Jinja waar mijn dochter Rinty woont en werkt en waar stichting Okusubira hospicezorg ondersteunt. De komende weken zal ik in blogs over mijn ervaringen en verhalen uit het leven van alledag vertellen.