Een reisdag in Oeganda wordt niet bereikend naar het aantal kilometers dat moet worden afgelegd - dat is in het geval van Jinja naar Sambiya River Lodge in het Murchison Falls NP zo'n 450 kilometer - maar in uren reistijd. De heenreis duurt bijna 9 uur. Woody heeft een four-wheeldrive busje voor 8 personen geregeld. Wij zitten met vieren dus royaal, met heerlijk veel beenruimte, veel ruimte voor de bagage en een open dak waar we later deze reis veel plezier van hebben. Negen uren in de auto met Woody als chauffeur, vrijwel non stop rijden en naar buiten kijkend heb ik bladzijden vol met aantekeningen gemaakt. Zelfs als niet- uitgeschreven verhaal geeft het een goede indruk van al het moois (en lelijks) dat we onderweg zien.
We vertrekken om 10 uur: er moet eerst getankt worden en de auto gecheckt. Met ons ma en mij erin wordt de auto op de brug van een garage gereden en geïnspecteerd, waarbij het filter wordt vervangen, het waterpeil gecontroleerd en de banden opgepompt. Een auto huren gaat hier anders dan wij gewend zijn, maar daarover later meer. We rijden via de dam over de Nijl richting Kampala. We zien suikerrietvelden en theeplantages. Het is bewolkt en de omgeving is prachtig groen. We rijden door een stukje oerwoud waar je niet veel meer van ziet dan een ondoordringbare groene muur, maar het ruikt er lekker: naar helder water (geen muffe boslucht). Het is zondagochtend en lekker rustig op de weg. Overal langs de kant staan bananenbomen. De planten met een zwarte stam zijn de matoke - bakbananen. De planten met een groene stam zijn de bij ons bekende bananen. Er zijn intotaal vijf verschillende soorten bananen die allemaal op een verschillende manier worden bereid en ook anders smaken, maar het fijne weet ik daar niet van. Langs de snelweg staan hier en daar stroken met stalletjes waar groenen en fruit wordt verkocht. Tussen een suikerrietveld en de weg liggen smalle stroken met akkertjes, waar groenen en aardappelen op verbouwd worden (aardappelen geldt hier ook als groente). Het stadje Lugazi ziet er groen en goed onderhouden uit. We zien een kathedraal tussen de velden - mensen lopen, fietsen en rijden brommer op de snelweg (de enige weg van a naar b) waar de maximum snelheid 100 km per uur is. Een snelheid die overigens zelden gehaald wordt. Voor ieder dorp liggen er verkeersdrempels in de weg, waar je echt stapvoets overheen moet om niet tegen het dak van de auto te stuiteren. Binnen de dorpjes mag 50 km gereden worden, maar dat haal je praktisch nooit. We zien prachtige heuvels; een maisveld; een vrouw met een bundel hout op har schouder; grote zakken met houtskool langs de kant van de weg; houten laddertjes over een afwateringsgoot; aardappelplanten staan hier op kleine heuveltjes; papyrusplanten; een arend; een auto vol ananassen; moskeën; open vrachtwagens met suikerriet; langs de weg is veel lintbebouwing, met winkeltjes in de felle kleuren van de Oegandese telefoonmaatschappijen (die zien er het best onderhouden uit); een steengroeve op de heuvel; een meisje van een jaar of zeven draagt een peuter van twee op haar rug; pharmaciefabriek waar de anti-aidsmiddelen worden gemaakt - voor de locale markt; een kartonfabriek; een bodaboda (brommertaxi) met moeder en baby achterop; billboard met reclame voor voorbehoedsmiddelen tijdens de borstvoedingperiode; vieze diesel uitlaatgassen; mege grote stoelen en bankstellen; een plantenkwekerij; ijzeren deuren en poorten; witte ibussen; 'blessed shoe shop' (heel veel winkeltjes verwijzen in hun naam naar God of Allah); kleiputten met steenovens.
Een steenvorm wordt met klei gevuld, het water eruit geperst, de stenen worden in een toren gestapeld met onderin twee openingen, de toren wordt afgedekt met riet of bananaenbladeren en er wordt met hout een vuur gestookt. Ik weet niet hoelang het duurt voordat de stenen gebakken zijn, maar als de stenen klaar zijn en weer afgekoeld, wordt de toren afgebroken en zijn de stenen klaar voor gebruik. Deze kleiput produceerde grijze stenen, alle andere steenbakkerijen leverden de 'roestbruine' aarden kleur bakstenen op.
Bomen vol met verkiezingsposters; ijzeren kisten te koop die gebruikt worden als kastruimte; een man doet zijn was voor zijn eigen winkeltje; een albino - in Oeganda worden albinomensen gewoon geaccepteerd, maar in Noord-Tanzania worden albinokinderen gedood omdat aan hen speciale krachten worden toegekend, maar dan alleen als ze dood zijn (net zoiets als tijgertanden zo worden gezien); een groot voetbalstadion en de nieuwe rondweg ten noorden van Kampala. Die zou ons heel snel naar de weg richting het noorden moeten brengen, waarbij we het megadrukke centrum van Kampala kunnen vermijden. Woody twijfelt, want hij kent alleen de oude weg, maar wij hebben zaterdag gehoord dat de 'bypass' heel goed is en veel sneller. We zien een sloppenwijk naast nieuwe appartementen; Afrikaanse koeien tussen de huisjes en de marktkrampjes die hier aaneengesloten langs de weg staan.
Kampala: een miljoenenstad die gebouwd is op zeven heuvels in verder een moerasgebied. Omdat de stad te veel inwoners krijgt wordt er nu ook in die moerasgebieden gebouwd. Dat is erg ongezond voor de bewoners vanwege het water en de daarbij behorende muskieten, maar ook voor het milieu omdat de natuurlijke waterbuffers verdwijen. Tussen de wijkjes nog wel vlakten voor papyrus, het riet wordt hier gebruikt voor dakbedekking, niet voor de papierindustrie; een vismarkt vol maraboes; een papa die naast zijn stalletje zijn kindje voorleest (zeer ongebruikelijk hier); maar geen bewegwijzering.... We rijden van de rondweg af een richting in: fout. Stukje verder, weer een afslag, brede weg, maar o zo ongelijk met bovendien veel verkeerdrempels, enorm veel gehobbel, maar weer fout. Weer een kwartier hobbelen terug. Bij een autowasplaats gevraagd waar de weg naar Bombo loopt: we worden teruggestuurd, maar rijden nog enkele keren verkeerd. En ondertussen krioelt het van de mensen, brommers, fietsers en vrachtwagens en kraampjes met koopwaren. Je kunt hier letterlijk over de hoofden lopen als je wilt. Weer de weg gevraagd en we worden een weg ingestuurd tussen autosloperijen en winkeltjes met autoonderdelen door (zeer desolaat gebiedje), we blijken goed te zitten, nog een keer rechtsaf en Woody herkent de weg weer. Ondertussen zijn we drie uur en 80 kilometer onderweg. En weer hobbelen we langst markten... markten..... markten; spandoeken vol gaten (i.v.m. de wind); auto- en brommerwasplaatsen.
En dan in eens wordt het weer een asfaltweg in een groene omgeving. We kunnen kilometers gaan maken.
Een rechte weg naar het noorden, wel stijgen en dalen over de heuvels, maar het gaat lekker: groen land, een gekantelde vrachtwagen; termietenheuvels; onweer in de lucht; banken dwars achterop een fiets vervoerd; boterhammen met advocado en komkommer rijdend in de auto gegeten, Woody wil door. Hier geen twee uur rijden een kwartier rust - Woody is gewend om zes tot acht uur aaneengesloten te rijden. We zijn inmiddels vier uur onderweg. Naar later blijkt nog niet op de helft..........
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderenDeze reactie is verwijderd door de auteur.
BeantwoordenVerwijderenMooi verhaal, dit geeft al een goede indruk van de eerste dag. Geen kilometers, maar uren. Da's inmiddels duidelijk geworden. Ben benieuwd naar de foto's van het busje, Woody en ons ma!
BeantwoordenVerwijderenhoi mam,
BeantwoordenVerwijderenheb je mooi omschreven zeg. Helemaal zoals het echt is!
Liefs Rinty en Woody