vrijdag 25 maart 2011

Father Picavet

Na de watervallen rijden we een stukje terug richting Jinja voor een bezoek aan Father Picavet. Gerard Picavet is een Nederlandse priester die al 40 jaar in Oeganda woont en werkt. Eerst als leraar op de middelbare school in Jinja en na zijn pensionering heeft hij in Jinja centrum een kerk met inloophuis gebouwd en is hij in een gebied boven Jinja met een bosbouwproject begonnen. We ontmoeten father Picavet voor het eerst als hij, samen met zijn assistent Alex, bij Rinty komt vertellen dat een goede vriend van hem en ook bekende van Rinty is overleden. We krijgen een uitnodiging voor een theevisite en we maken daar graag gebruik van.  De kerken in Oeganda liggen meestal buiten de steden. De kerken worden gebouwd en gefinancierd door buitenlandse instellingen, meestal congregaties. De Oegandese overheid stelt wel grond beschikbaar voor de bouw, maar dat is dus veelal net buiten de steden. Father Picavet wilde graag een kerk in het hart van de stad en dat is hem ook gelukt. Vlak bij Mainstreet heeft hij de Enkabi (vertaald: ‘hoop’ of ‘vrede’) kerk gebouwd. Zondags is er een katholieke viering, door de week staan de deuren overdag open voor iedereen die behoefte heeft aan contact.
Father Picavet heeft een huis in Jinja (de straat waar hij woont is naar hem vernoemd), maar sinds hij met pensioen is heeft hij ook een huis buiten de stad en daar gaan wij op de thee. We krijgen allereerst een rondleiding door het bos dat hij heeft aangelegd. Hij wordt bij dit project ondersteund door stagiaires van de landbouwhogeschool uit Kampala. We maken ook kennis met enkele van hen. Door het aanplanten van een bos, gaat er meer regen vallen, wat goed is voor dat bos, maar ook voor de mensen die in de omgeving wonen. Met het bosproject doet hij nu ook mee in de handel in CO2 compensatie. Hij is bezig om contracten met Westerse bedrijven te sluiten, die CO2-certificaten kopen om hun uitstoot te compenseren. Daarvoor krijgt het bosbouwproject dus inkomsten uit en daarmee kan hij weer meer bos aanplanten. Maar hij doet meer dan alleen de bosbouw. Ze hebben ook scharrelkippen die kuikentjes krijgen en er wordt gefokt met een inlands schapenras. Daarnaast heeft hij ook hier een kapel gebouwd; een schooltje grenst aan zijn bos en hij heeft gezorgd voor trappen, zodat de bewoners uit het dorp nu via een trap naar de oever van de Nijl kunnen, in plaats vanaf een gevaarlijke helling (ze doen daar de was). En hij zelf woont op een paradijselijke plek. Zo fantastisch mooi!!
Hij heeft een bescheiden, maar heel gezellig huis gebouwd waar hij ook familie uit Nederland kan laten logeren, hij heeft een overdekt terras met een uitzicht over een grote tuin die aan de oever van de Nijl ligt. Maar dan wel heel hoog, dus het uitzicht, ook over de Nijl is magnifiek. Er groeien de prachtigste bloemen en planten. En de mens father Picavet is een gezellige man die bruist van energie, nog steeds erg slecht Engels spreekt, en inmiddels ook een mengelmoesje als het om Nederlands gaat. Hij leert me wel hoe je Okusubira (als Okusúbilja) uitspreekt. Ondanks dat we er maar een klein twee uur zijn, is het gesprek heel waardevol, ook over geloven en kerk zijn (en de visie van father op de rol van de priester). Maar ook over zijn blijven in Oeganda of teruggaan naar Nederland als hij oud zou worden en hulpbehoevend. (Father Picavet is 73 jaar oud). Het feit dat Rinty nu permanent in Oeganda is komen wonen en als vertrouwens persoon/verpleegkundige veel voor hem betekent heeft hm doen besluiten om in Oeganda te blijven. We genieten van elkaar, de tuin, het uitzicht en de ondergaande zon. Een dag met een gouden randje.
Het bovenstaande verhaal is een verslag van ons bezoek in januari 2011. We hadden toen niet kunnen vermoeden dat Rinty’s zorg voor father Picavet zo snel erg intensief zou worden. Een kleine twee weken geleden werd father Picavet ziek. Leek eerst een griepje, maar Rinty heeft hem toch naar het ziekenhuis in Jinja gebracht. Het bleek een longontsteking, maar er kwamen complicaties bij. Inmiddels ging het zo slecht dat hij naar het ziekenhuis in Kampala is overgebracht. Rinty is nu ook de officiële vertegenwoordiger in Oeganda van father Picavet en gelukkig zijn de Ierse artsen bij het hospice, zodat Rinty de ruimte ook heeft om van alles te regelen. Samen Alex staan ze hem bij, de afgelopen dagen is de situatie kritiek en ligt hij aan de beademing. Rinty en Alex verblijven veel in Kampala.

Father Picavet: een boeiende mens. Ik hoop van harte dat het definitieve afscheid niet zo snel komt en dat hij nog vaak van een prachtige zonsondergang kan genieten.

donderdag 17 maart 2011

De Itanda watervallen

Na de kraamvisite van een aantal blogs geleden, rijden we door  naar de Itanda falls. Vanaf de Source of the Nile heb je bij Jinja de Owen falls, maar die zijn helemaal verdwenen door een stuwdam. Een stukje boven Jinja heb je de Bujagaly falls, waar nu een tweede stuwdam wordt gebouwd (en die dus over twee jaar compleet verdwenen zullen zijn) en nog meer stroomafwaarts, naar het noorden liggen de Itanda falls. We rijden/hobbelen ruim een uur, langs dorpjes met de mooie namen Mufabira, Namulesa, Nakabango en Butagaya. Ergens slaan we af naar het westen en komen bij een parkeerplaats aan de oever van de Nijl (parkeergeld is  € 0,60). We staan dan heel hoog en het uitzicht is overweldigend. De Nijl is erg breed en het is hier niet één waterval, maar zo’n acht stuks; ook niet spectaculair hoog, maar wel veel achter elkaar. Bij al dat ‘geweld’ voel ik me klein. We lopen een stukje naar beneden. Alleen het laatste stukje is vrij stijl, dus ons Ma blijft wat hoger staan. Ook daar vandaan is het een prachtig gezicht. We zien waar de naam ‘de witte Nijl’ vandaan komt.
Ik zit een tijdje op een steen onder aan de eerste ‘trap’  en Rinty vertelt het verhaal van de Itanda falls: elk jaar ‘roept’ de watergeest enkele personen. Als je op dat lage punt staat, met die geweldige natuurkracht om je heen, wordt je geroepen. Als je op één punt in het vallende water kijkt, verandert het geluid en hoor je een roep. Als je daaraan gehoor geeft loop je het water in….. enkele keren per jaar worden hoopjes kleding gevonden en zijn hier mensen verdwenen om nooit meer terug te komen. We hebben natuurlijk de proef op de som genomen. Het klopt dat wanneer je daar staat en je naar één punt kijkt, dat het geluid heel anders wordt. Een soort van onder water zwemmen geluid. Maar de watergeest vond mij te wit denk ik, want erg duidelijk was zijn roep niet. 
Er komen een paar bootjes met rafters. De beginnelingen stoppen voor de eerste waterval. De gevorderden nemen de eerste laag, stappen dan uit, lopen om de gevaarlijke midden watervallen en stappen dan weer in de bootjes voor de laatste stroom. We gaan terug naar boven en gaan zitten op een nieuwe houten bank. We lezen de naam Johannes Coesee, bedenken nog dat het als een Zuid Afrikaanse naam klinkt en genieten van het uitzicht. We hebben wel gezien dat er een piep klein boompje achter de bank staat, met allemaal takken met stekels eromheen tegen vraat, maar we kijken toch vooral naar de watervallen, en de groep met rafters die bootjes verslepen over de kant.
Op enig moment komt er een rafter met een 1½ literfles water onze kant op en leegt die fles bij dat boompje. Dat ziet er heel grappig uit en wij reageren natuurlijk naar deze jongeman. Hij vertelt dat zij de week ervoor de bank hebben geplaatst en het boompje hebben geplant ter nagedachtenis aan hun collega. Elke dag als zij nu met de boten langs komen, geven ze het plantje water. Hun collega is gedood in de Nijl, door een krokodil. Als hij weg is lezen we de tekst op de bank beter: Johannes is inderdaad vier maanden voor onze komst overleden. Hij werd 35 jaar. (We zijn alleen vergeten te vragen waar in de Nijl hij die krokodil was tegen gekomen.) De bank werd hier geplaatst, omdat hij deze watervallen de allermooiste vond. Op dat moment kan ik dat alleen maar beamen.

zondag 13 maart 2011

’s Avonds een straatje om

Een keer gaan Rinty en ik met vier van de honden een straatje om. Het is een half uur voor zonsondergang. Buiten de poort slaan we links af, iets later nog een keer links en dan alleen maar een aantal keren rechtsaf. Een klein blokje om, maar een geweldige kennismaking met de directe omgeving waar Rinty woont.  De weg is gewoon de rode aarde (op de foto links zie je de straat waar Rinty woont). Overal zijn de mensen aan het koken op houtskool en hun afval aan het verbranden, dus het ruikt naar vuurtjes. Dat is voor mij de geur van Afrika: vuurtjes. Dat komen we de hele reis tegen. Bij de buren is de compound heel mooi opgeruimd; bij de rest van de huizen is het veelal rommelig. Er lopen kippen los, ook over straat, sommige hebben kuikentjes. Echte scharrelkippen, hier zitten kippen alleen in kooien als ze op de markt verhandeld worden. Op het hoekje aan het eind van de straat komen wat kinderen aanhollen en ze roepen ons na ‘Mzungu, mzungu’ want eigenlijk ‘Engelsen’ betekent, maar wordt gebruikt voor alle blanken. Wij houden de honden aan de lijn en niemand mag bij hen in de buurt komen (iedereen  moet denken dat ze gevaarlijk zijn, wat ze dienen ook als bewaking van de compound).
We zien uitbundig bloeiende bougainville’s; een totaal vervallen resort uit de Engelse tijd (wat zou je met veel geld daar nog iets moois van kunnen maken); buurtbewoners op de fiets; een geit aan een touw langs de kant van de weg; een strookje grond langs kant waar wat groenten verbouwd worden. We passeren een kerk en verderop een huizenblok (niet direct aan de weg, daar zit dan weer een akkertje tussen) met allemaal kleine raampjes: ieder raampje is één woning. We passeren ook een omheind terrein, waar een militaire basis is gevestigd. Dan rechts nog twee heel mooie huizen en we komen bij een hoofdweg. Daar is het op dat moment nog heel druk met vrachtwagens en bodaboda’s. En natuurlijk ook met voetgangers die de avondboodschappen hebben gedaan bij de houten winkeltjes aan de kant of het marktje er achter.
Rinty heeft de grote honden Jack, Jane en Spike aan de lijn. Ik loop met de pup Jade, die die dag voor het eerst mee naar buiten mag. Dat is al heel grappig. Ergens op een recht stuk weg rent Rinty met de honden een paar keer heel hard op en neer. Ze heeft er zelf net zoveel plezier is als de honden. En ik voel me heerlijk. Als ik nu terugkijk is dat het uur(tje) geweest waarin ik me het gelukkigst heb gevoeld. Zo’n moment waarop alles samen valt en klopt; de geuren, de kleuren, Rinty die hier thuis is en op dat moment zo heel dichtbij. Ik voel me hier thuis en begrijp dat Rinty hier gelukkig is.

zondag 6 maart 2011

Een ‘kantoordag’ bij het hospice

De dinsdag in de eerste week van ons verblijf is een kantoordag. Als na de thee de collega’s met de jeep het veld zijn ingegaan, blijft een verpleeg- kundige achter voor het spreekuur bij het hospice, Rinty gaat aan haar werk, terwijl Joyce zorgt voor de ‘huishouding’. Omdat Joyce daarmee niet de hele dag bezig is, maakt ze van vellen papier medicijnzakjes. Echt zakjes plakken, maar dat is veel voordeliger dan deze te kopen en er gaan echt heel veel zakjes per week door. Net binnen de deur van het hospice staat een bank en voordat het spreekuur begint zitten er al behoorlijk wat mensen te wachten. Maar die blijken allemaal voor het laboratorium er naast te zijn, wat op dat moment nog niet open is. Dan ga je dus gewoon bij de buren in de wachtkamer zitten. Grappig, hoe gemakkelijk men daarin is. De verpleegkundigen schrijven hier alle patiëntengegevens nog met de hand in een dossier en ook de medicijnboekhouding wordt nog met de hand gedaan. Op mijn vraag of dat niet handiger met de computer kan, blijkt dat de collega’s geen van allen met de computer kunnen omgaan. En later deze ochtend zal ik merken, waarom dat handmatig bijhouden nog helemaal zo slecht nog niet blijkt………

Na de thee is ons Ma lekker buiten gaan zitten. Petje bij de hand en zonnebril op, boek en puzzelboekje met pen ondr handbereik en veel kijken naar alle mensen die af en aan lopen, zowel voor het hospice als bij de ‘buren’. En ik doen even een ‘andere pet’ op en ben dan een van de hoofdsponsors van het hospice. Vanuit Okusubira ga ik de boeken van het afgelopen half jaar controleren. Uiteraard bekijk ik of de bonnetjes kloppen met de geboekte uitgaven. Gelukkig is alles heel duidelijk terug te vinden en kan ik de boeken akkoord verklaren. Maar ondertussen zie ik wel hoe Rinty het boekhouden heeft opgezet. Dit is een van de zaken waarvoor ze (zonder enige hulp of opleiding) ook verantwoordelijk is. En  omdat ik wel boekhoudervaring heb, bespreek ik met Rinty hoe zij de boekhouding zo kan inrichten dat ze sneller het overzicht van de inkomsten en uitgaven in beeld krijgt. Nu is het van allerlei plaatsen de bedragen bij elkaar zetten en veel handmatig telwerk. Daarnaast bekijken we de begroting 2011 van het hospice. Er zijn wat posten opgenomen waarvoor nog geen inkomsten zijn gevonden en de vraag is dus of Okusubira nog ruimte heeft om dit jaar meer te doen dan de onderdelen waarvoor zij zich garant stelt. Maar nog voordat we helemaal klaar zijn, valt de stroom uit….. om die dag niet meer aan te springen. Erg handig dus, een patiëntenregistratie waar je zonder computer mee uit de voeten kunt.
Ik probeer op kladblaadjes wat schema’s voor het inrichten van de nieuwe boekhouding uit. En verder wordt het een lummeldagje. We gaan met z’n drieën tussen de middag in een restaurantje eten. Frietjes met een soort gehakt of kip. Wel lekker, maar het duurde deze keer wel lang voordat de bestelling werd geleverd. Ondertussen komt er ook een vrouw langs met een mand op haar hoofd. In de mand zitten pinda’s, sojabonen en dergelijke die als snack te koop zijn. Voor 1.000 Ush (€ 0,30) koop je een punt zakje. Erg lekker, pittig.
Ik zei het al, het werd die dag niks meer met de stroom in het hospice, maar eenmaal thuis was er weer wel elektriciteit. In de Nijl bij Jinja ligt een grote stuwdam en er wordt ook zeker elektriciteit opgewerkt. Alleen heeft de regering al jaren geleden een contract met het buitenland afgesloten voor het leveren van stroom. En omdat in de loop van de jaren het stroomverbruik door de ontwikkeling van het land sterk is toegenomen, wordt er te weinig stroom opgewekt. En de Oegandese regering kiest ervoor om het contract met het buitenland na te komen, waardoor er op sommige momenten dus geen stroom voor de eigen bevolking overblijft. Op dit moment wordt er verderop in de Nijl , bij de Bujagali-falls een nieuwe stuwdam gebouwd om dit probleem op te lossen. Helaas betekent dat natuurlijk wel weer een stukje opofferen van het natuurschoon en een toeristische attractie van Jinja. Maar begrijpelijk is het wel. De stroom is overigens ook niet van een constant voltage. Er zitten tussen belangrijke apparaten (zoals de computer in het hospice en de tv/geluidsinstallatie bij Woody en Rinty thuis) apparaatjes om die stroomwisseling op te vangen. Maar Rintys broodrooster had dat niet, zodat die er op enig moment uit knalde. Stekker én stopcontact kapot. Maar dan komt de Hollandse opvoeding goed van pas en laat Rinty Hamyat haar ogen uit kijken door de stekker zelf te repareren.

woensdag 2 maart 2011

Geld en bewakers

Geld pinnen bij de bank vanaf een Nederlandse rekening is sinds een paar maanden ook in Jinja mogelijk. De Oegandese shilling staat op het moment laag, dus dat betekent veel Ush voor een euro. Je kunt maximaal voor 700.000 Ush  pinnen wat omgerekend rond de  240 euro is. Voordat je het weet, heb je dus een paar ton in handen. De bankbiljetten op de foto zijn twee ton, je loopt dus ook met stevige pakken bankbiljetten weg.
Rinty rijdt me de eerste zaterdag naar de bank en direct als we het terrein op lopen komt er een bewaker met een groot geweer aanlopen. Het is verder rustig en de bank zelf is gesloten, dus we zijn snel klaar.  Er zijn hier heel veel bewakers (zie ook mijn vorige verhaal bij de spoorbrug over de Nijl). Bij het boodschappen doen wachten Ma en ik bij de auto terwijl Rinty een winkel binnengaat voor pasta. Naast de deur zat een bewaker, ook weer met groot geweer, met naast hem een grote stapel met eieren. Die eieren waren van de rolexbakker op het hoekje, maar het lijkt net of hij die stapel eieren bewaakt. Heel komisch, maar ik durf er vanwege de ‘staatsveiligheid’ geen foto van te maken.
Woody en Rinty wonen in een gebouw met vier appartementen. De compound is ommuurd met een groot ijzeren hek. Van ’s avonds 7 tot ’s morgens 7 uur is er ook op deze compound een bewaker. Hij wordt geacht de poort open te maken als er bewoners thuis komen en ronden te lopen tijdens de nacht om te kijken of er niemand over de muren klimt e.d. Het is al de zoveelste sinds ze er wonen. Hij wordt betaald door de vier bewoners, maar is in dienst genomen door de bovenbuurman. Hij heeft een bankje met een klein dakje en als het hard regent dan kan hij ook in een van de garages schuilen. Hij heeft wel een eigen toilet en douche en meestal eigen water. Deze bewaker is niet gewapend. De huidige bewaker is niet echt een goeie. Hij drinkt heel veel en ligt ’s nachts vaak te slapen, hetgeen niet toegestaan is. Er zijn nachten dat hij helemaal niet komt opdagen en toen wij er waren vertelde de bovenbuurman dat hij de bewaker toen hij ’s avonds laat thuis kwam wakker had moeten maken met zijn eigen zaklamp.  Wij zouden zo iemand direct ontslaan, maar hier gaat dat weer niet zo. De bovenbuurman heeft het aangenomen, dus als hij ontslagen moet worden, dan moet die bovenbuurman dat doen. Woody of de andere buurman zullen dat dan weer niet zelf doen. Een hiërarchie die ons vreemd is. Als je ´s avonds door Jinja loopt, dan zie je bij een heleboel winkels bewaking zitten. Voor zover ik het weet, heeft het hospice dan weer geen bewaking ´s nachts. Het is wel zo, dat Rinty´s collega Joyce net zo lang in het hospice moet blijven tot Rinty is vertrokken, dus als Rinty overwerk tot later dan 8 uur, is Joyce er ook het grootste deel van de tijd. Dat is dan wel weer veiligheid.
De financiën in het hospice zijn heel streng geregeld. De voor-voorganger van Rinty is ontslagen vanwege fraude en nu is de Raad van Advies heel streng. Rinty moet aan het begin van elke maand aangeven hoeveel zij uit zal geven. Daarvoor krijgt ze contant geld (alleen salarissen gaan per cheque). Dat gaat allemaal in verschillende mapje. Aan het eind van de maand, moet alle geld  dat ´per mapje´ over is weer op de bank worden gestort. Er mag geen geld van het ene naar het andere mapje verhuizen, en alvast geld dat je overhoudt uitgeven voor iets waarvoor het niet bestemd is, is ook niet toegestaan. Zo reden de medewerkers in de weken dat wij er waren met één accu voor twee auto´s (steeds omwisselen) omdat pas in februari de uitgave voor een nieuwe accu kon worden begroot en er dus geld voor mocht gereserveerd. Hier is even een cultuurverschil waar we tegenaan lopen.