Na de kraamvisite van een aantal blogs geleden, rijden we door naar de Itanda falls. Vanaf de Source of the Nile heb je bij Jinja de Owen falls, maar die zijn helemaal verdwenen door een stuwdam. Een stukje boven Jinja heb je de Bujagaly falls, waar nu een tweede stuwdam wordt gebouwd (en die dus over twee jaar compleet verdwenen zullen zijn) en nog meer stroomafwaarts, naar het noorden liggen de Itanda falls. We rijden/hobbelen ruim een uur, langs dorpjes met de mooie namen Mufabira, Namulesa, Nakabango en Butagaya. Ergens slaan we af naar het westen en komen bij een parkeerplaats aan de oever van de Nijl (parkeergeld is € 0,60). We staan dan heel hoog en het uitzicht is overweldigend. De Nijl is erg breed en het is hier niet één waterval, maar zo’n acht stuks; ook niet spectaculair hoog, maar wel veel achter elkaar. Bij al dat ‘geweld’ voel ik me klein. We lopen een stukje naar beneden. Alleen het laatste stukje is vrij stijl, dus ons Ma blijft wat hoger staan. Ook daar vandaan is het een prachtig gezicht. We zien waar de naam ‘de witte Nijl’ vandaan komt. 
Ik zit een tijdje op een steen onder aan de eerste ‘trap’ en Rinty vertelt het verhaal van de Itanda falls: elk jaar ‘roept’ de watergeest enkele personen. Als je op dat lage punt staat, met die geweldige natuurkracht om je heen, wordt je geroepen. Als je op één punt in het vallende water kijkt, verandert het geluid en hoor je een roep. Als je daaraan gehoor geeft loop je het water in….. enkele keren per jaar worden hoopjes kleding gevonden en zijn hier mensen verdwenen om nooit meer terug te komen. We hebben natuurlijk de proef op de som genomen. Het klopt dat wanneer je daar staat en je naar één punt kijkt, dat het geluid heel anders wordt. Een soort van onder water zwemmen geluid. Maar de watergeest vond mij te wit denk ik, want erg duidelijk was zijn roep niet.
Er komen een paar bootjes met rafters. De beginnelingen stoppen voor de eerste waterval. De gevorderden nemen de eerste laag, stappen dan uit, lopen om de gevaarlijke midden watervallen en stappen dan weer in de bootjes voor de laatste stroom. We gaan terug naar boven en gaan zitten op een nieuwe houten bank. We lezen de naam Johannes Coesee, bedenken nog dat het als een Zuid Afrikaanse naam klinkt en genieten van het uitzicht. We hebben wel gezien dat er een piep klein boompje achter de bank staat, met allemaal takken met stekels eromheen tegen vraat, maar we kijken toch vooral naar de watervallen, en de groep met rafters die bootjes verslepen over de kant.
Op enig moment komt er een rafter met een 1½ literfles water onze kant op en leegt die fles bij dat boompje. Dat ziet er heel grappig uit en wij reageren natuurlijk naar deze jongeman. Hij vertelt dat zij de week ervoor de bank hebben geplaatst en het boompje hebben geplant ter nagedachtenis aan hun collega. Elke dag als zij nu met de boten langs komen, geven ze het plantje water. Hun collega is gedood in de Nijl, door een krokodil. Als hij weg is lezen we de tekst op de bank beter: Johannes is inderdaad vier maanden voor onze komst overleden. Hij werd 35 jaar. (We zijn alleen vergeten te vragen waar in de Nijl hij die krokodil was tegen gekomen.) De bank werd hier geplaatst, omdat hij deze watervallen de allermooiste vond. Op dat moment kan ik dat alleen maar beamen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten