donderdag 14 april 2011

Bootsafari

Na de watervallen en een lunch bij Red Chilly’s stappen we om half drie op een bootje voor een safari op de Nijl. Met een enthousiaste jonge gids en nog enkele andere toeristen (Tsjechen) gaan we een paar uur varen. Het is geweldig weer en de wilde beeste laten zich goed bekijken. Allereerst natuurlijk nijlpaarden. Ze doen hun naam eer aan. We hebben er honderden gezien. Steeds al een groep van zo’n 15 à 20 bij elkaar en dan een stukje verderop weer de volgende groep. Ze zien er log uit, maar in het water zijn ze watervlug. De boot vaart er met gepaste eerbied omheen. We zien ook twee aandrig grote jongens in wat lijkt een gevecht gewikkeld, maar onze gids stelt ons gerust, het zijn twee 'pubers' die aan het stoeien zijn.  We komen al snel ogen te kort, want een klein stukje verder zien we nijlpaarden in het water, maar ook de eerste olifanten op de oever. Ik geef toe dat we blij zijn met de verrekijker en de zoomfunctie op het fototoestel, want zo kun je ze dichter bij halen. Overigens zijn alle foto’s van vandaag van de hand van Woody, die ook veel plezier in fotograferen heeft. We varen ‘heen’ dicht langs de noordoever van de Nijl. Daar is het landschap zichtbaar opener dan aan de oerwoud zuidoever. Naast de olifanten en nijlpaarden zien we ook verschillende waterbokken en laten ook nog bushbokken. En talloze vogels, maar die zijn goed voor een aparte blog. De gids maant ons tot stilte en ook de boot gaat zo stil mogelijk varen. Rinty, Woody en een enkele andere passagier klimmen op het dak van de boot (akelig klein randje als reling) en vol verwachting schuiven we naar de kant:  
voor een mega grote krokodil! Werkelijk een enorm exemplaar. Als die besloot om overeind te komen en met zijn staart tegen de boot te klappen, dan weet ik niet of we het er droog (en heel) hadden afgebracht. Na deze eerste kennismaking met een krokodil volgen er een stukje verder nog veel meer: Op een stukje vlak terrein, als de Nijl na de waterval weer rustig wordt, liggen er tientallen te zonnen en zwemmer er een paar op hun gemakje langs. De gids vertelt dat het hier een 5 sterrenrestaurant voor die beesten is: door de waterval leggen veel vissen het loodje en een ander deel is zo versuft door de klap, dat ze voor de krokodillen voor het opscheppen liggen. Een krokodillenparadijs op aarde. We komen ook langs een stukje krijtrots, waarop een krokodil achter een hele grote hagedis aan jaagt. De gids meldt dat die op de eieren van de krokodil uit is. Van de 100 eieren die een krokodil legt, bereikt er maar een het volwassen krokodillenstadium.
Wij zien trouwens ook een baby krokje van heel dichtbij. Het ligt te zonnen op waterplanten en de gids pakt dat met een snelle beweging op. Van schrik poept het beestje op de bank in de boot. Het lijfje is zo groot/klein dat de voor- en achterpootjes precies uit de vuist steken.   Maar we zien nog een ‘kleintje’ van een ander soort. Toegegeven dat het meer het idee is dan een heel goed beeld, maar we ontmoeten ook een babyolifantje. Na zo’n twee uur varen, waarbij we in de verte de watervallen steeds op afstand zien, komen we op het punt dat de Nijl niet bevaarbaar is vanwege de rotsblokken. De boot legt aan, op een kleine rotspunt waar je net om een plat stukje kunt staan: voor de foto met de watervallen op de (verre) achtergrond. De jongelui maken dit uitstapje en dat levert een leuk plaatje op. De terugweg gaat natuurlijk iets sneller, langs de andere oever, waar we nog het spannende verhaal over het neerstorten van het vliegtuig van Ernest Hemmingway met zijn vrouw horen, waarbij het enkele dagen duurde, voordat de reddingsploegen hen gevonden hadden (maar aan deze kant geen krokodillen, dus een gevaar minder voor hen). De boot houdt nog wel stil voor een prachtige visarend, die we van heel dichtbij kunnen bekijken. Als we na drie en een half uur terug aan de wal zijn wacht ons nog een autorit van ruim een uur, waarbij we op sommige stukken heel schuin hangen. Zij zijn de half verharde weg aan het repareren. Dat wil zeggen dat om de vier meter er door een vrachtwagen rode puin op de weg wordt gestort. Dat wordt niet direct verdeeld over de weg en aangewalst, maar over honderden meters worden die hopen neer gelegd. Ook niet echt aan de kant, want zoveel manoeuvreerruimte heeft de vrachtwagen niet, dus bedekken de bergen zo’n driekwart van de rijbaan. De auto moet dus met een wiel in de greppel om langs de bergen puin te kunnen. En ik kan je verzekeren dat dit héééél schuin is. Wel een geruststelling: naast de greppel is de zijkant van de weg ook weer zo hoog, dat de auto zeker niet om kan rollen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten