zondag 22 mei 2011

Afvalverwerking

De foto maakt al veel duidelijk: de afvalverwerking in Jinja is anders dan de bij ons bekende kliko’s die een keer per week door de gemeentereiniging worden geleegd.
Op diverse plaatsen in Jinja staan containers, waar de stadsbewoners hun afval in gooien. Die containers zijn zo oud, dat de gaten er in vallen. Er is wel enige vorm van gemeentelijk toezicht op deze containers, maar Rinty weet daar ook het fijne niet van. In de praktijk gooien bewoners hun plastic zakjes afval in de containers, waar groepen maraboes vervolgens op strooptocht gaan naar nog eetbare zaken. En die maken er rondom een puinhoop van. Als de containers te vol zijn, willen bewoners nog wel een de fik in het afval steken, zodat de inhoud slinkt en er weer troep bij kan. Behalve dat de maraboes er onsmakelijk uit zien, kunnen jullie de stank bij de containers ook wel voorstellen. Niet overal staan containers, want Rinty gooit haar vuilniszakje bij haar in de buurt op een afvalberg zonder container. En ook daar wordt regelmatig de fik in gestoken om de berg weg te werken. We hebben trouwens ook gezien en geroken dat zeker in de buitenwijken en in de dorpen het afval gewoon verbrand wordt bij het eigen huis.
Alles in Oeganda wordt in plastic verpakt. Er is in het kader van milieu wel een poging gedaan om dat te verbieden en in plaats daarvan papieren zakken te verplichten, maar dat is mislukt. Want doe maar eens melk in een papieren zak… ook voor andere producten bleken papieren zakken veel te snel te scheuren, dus de regel viel niet te handhaven. Overigens hebben Oegandezen minder afval dan wij westerlingen. Ontzettend veel dingen worden bewaard, ook al zijn ze kapot, want je weet maar nooit wat je er nog mee kunt doen. Er is een levendige handel in tweede hands spullen en als je ze niet verkoopt, dan is er wel familie die er blij mee is. Zo zijn mijn witte, versleten schoenen die ik in Oeganda heb gedragen met het idee ‘ik neem ze niet meer terug’ inmiddels bij Woody’s moeder terechtgekomen, die er blij mee is. Op de markt in Jinja verkopen ze ook sandalen van oude autobanden gemaakt en we hebben bodabodarijders gezien die ze droegen. En Rinty heeft van de lege waterflessen (18 liters) de bovenkant afgesneden en gebruikt de onderste delen als plantenbakken in de tuin.
In het ziekenhuis in Kampala, daarentegen, is er gescheiden afvalinzameling. Papier, gtf en plastic worden allemaal in aparte afvalbakjes op de patiëntenkamers gedeponeerd.

zaterdag 14 mei 2011

Schoonmoeder te logeren

Wij logeren tijdens ons verblijf in Jinja ‘gewoon’ bij Rinty en Woody thuis. Rinty wordt door haar collega’s en bekenden hierop aangesproken. Laat jij je moeder bij je in huis logeren? Dat is in Oeganda echt ‘not done’. Rinty heeft hier van Woody nooit iets over gehoord en het was vanaf het begin vanzelfsprekend dat wij bij hen thuis zouden logeren. Rinty heeft dan ook uitgelegd, dat het in Nederland juist erg onbeleefd is om familie ergens anders onder te brengen als je thuis daarvoor plaats hebt. En plaats is er, want Rinty’s huis heeft een logeerkamer en een aparte douche/toilet voor de gasten. Een van de eerste avonden dat we in Jinja zijn, vraagt Rinty aan Woody en Hamyat (de hulp) of zij dit gebruik kennen. Zij kennen dit zeker en Woody legt uit. In Oeganda laten schoonzoons hun schoonmoeders nooit in hun huis logeren. Veel woningen zijn natuurlijk één of twee kamerwoningen. Je laat je schoonmoeder niet op de grond slapen, maar uit respect laat je ze ook niet in je eigen bed slapen omdat je daar altijd met haar dochter slaapt. Als je schoonmoeder dus van zo ver komt, dat ze moet overnachten, dan breng je haar bij andere familie onder. Rinty weet er later aan toe te voegen dat er ook nog een andere reden achter zit: het leeftijdsverschil tussen de mannen en vrouwen in Oeganda is vaak groot, zodat het leeftijdsverschil tussen de schoonmoeder en –zoon vaak niet zo groot is. En je moet de kat niet op het spek binden, dus houd je ze veilig uit elkaar.  Gelukkig is Woody ‘westers’ genoeg om deze traditie niet in ere te houden. Anders om, schoonmoeders en schoondochters bij elkaar laten logeren is geen probleem. Al is het in de familie van Woody wel zo, dat een schoonvader zijn schoondochter nooit zal aanraken. Woody’s vader is inmiddels overleden, maar toen Rinty een relatie met Woody kreeg, gaf zijn vader Rinty nooit meer een hand, laat staan een kroel, als ze elkaar weer ontmoeten.

zondag 1 mei 2011

Vogelsafari

Vanuit de boot zien we behalve het spectaculaire groot wild ook ontelbare prachtige vogels. Het eerste deel van de noordoever is grasland en begroeiing met bomen. Daar zagen we al de ossenpikkers, zilverreigers, blauwe reigers en wat andere steltlopers door de waterhyacint stappen. Op een zandstukje staat ook een geelbekooievaar, die meer de bouw van een kalkoen heeft dan van ‘onze’ slanke ooievaar.  Er zijn veel ganzen en op de Nijl verwacht ik natuurlijk de Nijlganzen die wij ook kennen, maar hier zijn het Egyptische ganzen, die er echt anders uitzien dan een Nijlgans. De kingfisherbirds, de zwart-witte ijsvogeltjes die we in Jinja ook al tegen kwamen, vliegen en zitten hier ook in grote aantallen. En het ijsvogeltje zoals wij dat hier kennen, met zijn ijsblauwe rug en oranje buik hebben we ook gezien. Een derde soort is de grijskop kingfisherbird (zie foto rechtsboven).  Er komt ook een stuk oever dat er heel anders uit ziet. Een soort krijtrotsen, die door de eeuwen heen al behoorlijk zijn afgesleten door de regen. Ze zijn adembenemend mooi en golden voor vroegere bewoners als een heilige plaats, waar ceremonies werden gehouden (maak je geen zorgen, geen mensen offers).  Deze wanden zijn ideaal voor de ijsvogels om hun nesten in te maken en die zijn er dan ook veel. Woody maakt ook een foto van een kingfisherbird tegen de achtergrond van deze rots. Door de stand en de tekening van het zwart-witte vogeltje lijkt het net een pinguïn. Het allermooiste vogeltje komt daarna: een roodkeelbijeneter. Alle andere vogels vliegen constant. De roodkeelbijeneeter heeft een andere tactiek bij het jagen, waardoor we deze wél gemakkelijk op de foto krijgen. Deze vogel heeft alle kleuren van de regenboog. Hij zit stil op een tak en wordt door insecten, vooral natuurlijk bijen, aangezien voor een bloem. Ze komen dus vanzelf op hem af en dan is het een kwestie van uit de lucht happen.  Naast al dit klein vliegend spul en de steltlopers en ganzen op de grond of in het water krijgen we nog een prachtige rover in beeld. Aan de noordoever zien we er al enkele die zich niet gemakkelijk laten fotograferen, maar op de terugweg, aan de zuidoever zit er een in een boom. Kennelijk heeft hij zijn buik vol en is jagen niet meer nodig. En we hebben gelukkig een gids die ons alle tijd gunt om de visarend te bewonderen en te fotograferen.  (Deze keer heb ik de foto's maar wat groter gemaakt, zodat de vogels beter te zien zijn.)

donderdag 14 april 2011

Bootsafari

Na de watervallen en een lunch bij Red Chilly’s stappen we om half drie op een bootje voor een safari op de Nijl. Met een enthousiaste jonge gids en nog enkele andere toeristen (Tsjechen) gaan we een paar uur varen. Het is geweldig weer en de wilde beeste laten zich goed bekijken. Allereerst natuurlijk nijlpaarden. Ze doen hun naam eer aan. We hebben er honderden gezien. Steeds al een groep van zo’n 15 à 20 bij elkaar en dan een stukje verderop weer de volgende groep. Ze zien er log uit, maar in het water zijn ze watervlug. De boot vaart er met gepaste eerbied omheen. We zien ook twee aandrig grote jongens in wat lijkt een gevecht gewikkeld, maar onze gids stelt ons gerust, het zijn twee 'pubers' die aan het stoeien zijn.  We komen al snel ogen te kort, want een klein stukje verder zien we nijlpaarden in het water, maar ook de eerste olifanten op de oever. Ik geef toe dat we blij zijn met de verrekijker en de zoomfunctie op het fototoestel, want zo kun je ze dichter bij halen. Overigens zijn alle foto’s van vandaag van de hand van Woody, die ook veel plezier in fotograferen heeft. We varen ‘heen’ dicht langs de noordoever van de Nijl. Daar is het landschap zichtbaar opener dan aan de oerwoud zuidoever. Naast de olifanten en nijlpaarden zien we ook verschillende waterbokken en laten ook nog bushbokken. En talloze vogels, maar die zijn goed voor een aparte blog. De gids maant ons tot stilte en ook de boot gaat zo stil mogelijk varen. Rinty, Woody en een enkele andere passagier klimmen op het dak van de boot (akelig klein randje als reling) en vol verwachting schuiven we naar de kant:  
voor een mega grote krokodil! Werkelijk een enorm exemplaar. Als die besloot om overeind te komen en met zijn staart tegen de boot te klappen, dan weet ik niet of we het er droog (en heel) hadden afgebracht. Na deze eerste kennismaking met een krokodil volgen er een stukje verder nog veel meer: Op een stukje vlak terrein, als de Nijl na de waterval weer rustig wordt, liggen er tientallen te zonnen en zwemmer er een paar op hun gemakje langs. De gids vertelt dat het hier een 5 sterrenrestaurant voor die beesten is: door de waterval leggen veel vissen het loodje en een ander deel is zo versuft door de klap, dat ze voor de krokodillen voor het opscheppen liggen. Een krokodillenparadijs op aarde. We komen ook langs een stukje krijtrots, waarop een krokodil achter een hele grote hagedis aan jaagt. De gids meldt dat die op de eieren van de krokodil uit is. Van de 100 eieren die een krokodil legt, bereikt er maar een het volwassen krokodillenstadium.
Wij zien trouwens ook een baby krokje van heel dichtbij. Het ligt te zonnen op waterplanten en de gids pakt dat met een snelle beweging op. Van schrik poept het beestje op de bank in de boot. Het lijfje is zo groot/klein dat de voor- en achterpootjes precies uit de vuist steken.   Maar we zien nog een ‘kleintje’ van een ander soort. Toegegeven dat het meer het idee is dan een heel goed beeld, maar we ontmoeten ook een babyolifantje. Na zo’n twee uur varen, waarbij we in de verte de watervallen steeds op afstand zien, komen we op het punt dat de Nijl niet bevaarbaar is vanwege de rotsblokken. De boot legt aan, op een kleine rotspunt waar je net om een plat stukje kunt staan: voor de foto met de watervallen op de (verre) achtergrond. De jongelui maken dit uitstapje en dat levert een leuk plaatje op. De terugweg gaat natuurlijk iets sneller, langs de andere oever, waar we nog het spannende verhaal over het neerstorten van het vliegtuig van Ernest Hemmingway met zijn vrouw horen, waarbij het enkele dagen duurde, voordat de reddingsploegen hen gevonden hadden (maar aan deze kant geen krokodillen, dus een gevaar minder voor hen). De boot houdt nog wel stil voor een prachtige visarend, die we van heel dichtbij kunnen bekijken. Als we na drie en een half uur terug aan de wal zijn wacht ons nog een autorit van ruim een uur, waarbij we op sommige stukken heel schuin hangen. Zij zijn de half verharde weg aan het repareren. Dat wil zeggen dat om de vier meter er door een vrachtwagen rode puin op de weg wordt gestort. Dat wordt niet direct verdeeld over de weg en aangewalst, maar over honderden meters worden die hopen neer gelegd. Ook niet echt aan de kant, want zoveel manoeuvreerruimte heeft de vrachtwagen niet, dus bedekken de bergen zo’n driekwart van de rijbaan. De auto moet dus met een wiel in de greppel om langs de bergen puin te kunnen. En ik kan je verzekeren dat dit héééél schuin is. Wel een geruststelling: naast de greppel is de zijkant van de weg ook weer zo hoog, dat de auto zeker niet om kan rollen.

zaterdag 9 april 2011

Kleine blog over grootse natuur

Vandaag weer een blog uit Noord Uganda. We komen op zondag aan in Murchison Falls National Park en op maandag gaan we allereerst op zoek naar de watervallen. Met een gangetje van 12 kilometer per uur rijden we tot boven aan de falls. We doen dus een uur over de heenreis en zijn met de smalle weg blij dat er niet te veel tegenliggers zijn.
Er is een vlak terrein waar de auto geparkeerd wordt, we zien dan nog niets, maar horen het water al bulderen. Aan de rand van het plateau zien we de aanloop van de Murchison Falls. De Nijl die in Jinja begon is dan al het
Lake Kyoga gepasseerd.

We genieten al van het geweldige uitzicht maar om echt het vallende water te zien, moeten we eerst naar de rand van het plateau en daarna ook wat trappen en schuine paadjes af. 
Ma besluit in eerste instantie, na een stuk afgedaald te zijn, om daar verder van het uitzicht te genieten als Woody, Rinty en ik nog verder gaan. Maar het steile pad blijkt als heel snel over te gaan in weer een vlak stuk, dus we halen ma ook naar beneden. En die heeft daar geen spijt van! Op de top van Murchison Falls wordt de Nijl met enorme krachten door een gat in de rotsen van slechts 7 meter (23 ft) breed geperst en tuimelt het water 43 meter (141 ft) naar beneden, ongeveer 300 kubieke meter per seconde (11.000 ft ³ / s). Sir Samuel Baker noemde ze naar Sir Roderick Murchison, voorzitter van de Royal Geographical Society. De watervallen lenen hun naam aan de omliggende Murchison Falls National Park. Tijdens het regime van Idi Amin in de jaren 1970 werd de naam veranderd in Kabarega Falls, na de Omukama (King) Kabarega van Boenyoro , ook al was dit nooit wettelijk afgekondigd. De naam Murchison Falls is na de val van Idi Amin teruggekeerd, maar nog steeds worden de watervallen soms aangeduid als Kabarega Falls .


We kunnen mooi dicht bij de rand (met hek) komen. Het is hier adembenemend mooi!! Niets meer aan toe te voegen, behalve misschien dat ik op dat moment Eric wel heel graag bij me wil hebben om dit geweldige natuurmoment mee te delen.

vrijdag 1 april 2011

Boodschappen voor het hospice

Het hospice heeft voor de daycare spullen nodig en vanuit Okusubira is daar budget voor. Joyce heeft een lijstje gemaakt en natuurlijk moet zij ook mee om de spullen te gaan kopen. Op woensdagochtend proppen Joyce, Ma en ik ons in de kleine jeep van het hospice, met Rinty aan het stuur, naar het centrum van Jinja. Een klein stukje, maar met een auto zonder vering, is het toch behelpen.
Er moeten borden, bekers, wat plastic bakken en thermoskannen worden gekocht. Rinty moet ergens nog iets regelen, dus met Joyce stappen we een winkel binnen; nou ja, binnen is een te groot woord voor de ruimte waar ongeveer vier klanten tegelijk kunnen staan. De rest ligt echt bommetje vol met spullen. We kijken ons ogen uit. De borden die gekocht worden zijn van plastic en Joyce pakt ze alle twaalf stuk voor stuk op, beklopt ze om te controleren of er geen barsten in zitten en zoekt allemaal verschillende uit (ik zou juist allemaal dezelfde kiezen om het minder bont te maken, leuk om het verschil te constateren). Met de twaalf bekers gebeurt hetzelfde. Ma en ik zijn wel in staat om plastic bakken uit te zoeken, maar Joyce keurt de thermosflessen (van bijna twee liter) door ze stuk voor stuk tegen haar oor te houden. Zo kan ze horen/voelen aan de luchtdruk in de fles of die stuk is of niet. Wij vinden haar geweldig en Joyce geniet ook volop. Meestal zijn de spullen die het hospice nodig heeft/krijgt voor het verplegend personeel om mee te werken, deze spullen zijn echt Joyce haar taak en ze vindt het geweldig. Alle kleinere spullen worden buiten onder de luifel, waar het ook al zo bomvol staat, in een doos verpakt, maar dan kunnen we die nauwelijks nog dragen, niet zwaar, maar wel veel te groot in de drukte. En waar is Rinty? Joyce en zij bellen; leggen uit waar we staan; niet te vinden; a ha, verkeerde straat!  Dan geen parkeerplek en zo snel mogelijk laden in een jeep waar de achterdeur niet van open kan. Twee deuren verderop weer een winkel in voor bestek en rieten matjes. Joyce overlegt over het aantal en de prijs met ons. Het is echt niet zo dat ze maar raak koopt omdat ze weet dat wij betalen, we moeten juist zeggen dat er ruimte in het budget is voor haar keuze. En dan gaat ze ook nog afdingen. Overigens gebeurt dat van koper en verkoper voor ons klinkend op een snauwerige toon. Weer de spullen in de auto en we gaan naar een winkel met beddengoed. Joyce loopt stevig door, dus we hebben in de drukte, de ongelijke stoepen en mama’s beperkte zicht wat moeite om haar bij te houden. Rinty staat met de jeep al in de buurt van de winkel waar we moeten zijn en Ma gaat even in de auto zitten. Wij naar binnen; in deze winkel kunnen we dus precies met drieën binnen. De verkoopster is een prachtige vrouw, heel groot, misschien niet met een heel mooi gezicht, maar ze leek op een ebbenhouten beeld.
Joyce en Rinty zoeken 10 kussen uit, lakens en  badhanddoeken. We hebben ook slopen nodig, maar die zijn er niet bij de lakens (weer veel verschillenden) te koop; geen probleem, we kopen een extra laken en kunnen de volgende dag de stapel slopen ophalen. Er wordt druk overleg over de matrassen die gekocht moeten worden. Ondertussen is op de stoep iemand bezig met de 10 hoofdkussens. Wat blijkt: Ma is buiten de auto gaan staan omdat het te warm was; de winkelier heeft alle 10 kussens als een bundel bij elkaar gebonden (zoals je zo op de fiets moet vervoeren) en op de plaats naast de bestuurder gepropt. Ajj, hoe nu verder? Ik klim via de bestuurderstoel naar de achterbank, trek één voor één de kussens los en zwiep ze in de achterbak (deur gaat niet open weet je nog). We krijgen wel aardig de slappe lach van deze klus. We stoppen ook nog bij een supermarkt waar Rinty en Joyce schoonmaakspullen kopen. Ma en ik geloven dat wel en blijven lekker even in de auto zitten. Op de terugweg koop Rinty nog rolexen als lunch, maar daar een andere keer meer over.

De kwaliteit van de bekers blijkt tegen te vallen. Als Joyce thee in de eerste beker heeft gezet, blijft er een bruine laag in zitten, die er niet meer uit te wassen is. Ze is dus nog terug gegaan naar de winkel om ze te ruilen, maar dat is dan weer niet mogelijk. Staat ook op de bon blijkt, dus de verkoper is niet te vermurwen. Ook dat is Afrika.
Als de grote jeep een dag later terug is van de ronde door de dorpen, gaat James met Joyce nog terug naar de winkel om de matrassen op te halen. En dan blijkt weer, dat als je maar wilt, je echt alles in die jeep kunt vervoeren.

vrijdag 25 maart 2011

Father Picavet

Na de watervallen rijden we een stukje terug richting Jinja voor een bezoek aan Father Picavet. Gerard Picavet is een Nederlandse priester die al 40 jaar in Oeganda woont en werkt. Eerst als leraar op de middelbare school in Jinja en na zijn pensionering heeft hij in Jinja centrum een kerk met inloophuis gebouwd en is hij in een gebied boven Jinja met een bosbouwproject begonnen. We ontmoeten father Picavet voor het eerst als hij, samen met zijn assistent Alex, bij Rinty komt vertellen dat een goede vriend van hem en ook bekende van Rinty is overleden. We krijgen een uitnodiging voor een theevisite en we maken daar graag gebruik van.  De kerken in Oeganda liggen meestal buiten de steden. De kerken worden gebouwd en gefinancierd door buitenlandse instellingen, meestal congregaties. De Oegandese overheid stelt wel grond beschikbaar voor de bouw, maar dat is dus veelal net buiten de steden. Father Picavet wilde graag een kerk in het hart van de stad en dat is hem ook gelukt. Vlak bij Mainstreet heeft hij de Enkabi (vertaald: ‘hoop’ of ‘vrede’) kerk gebouwd. Zondags is er een katholieke viering, door de week staan de deuren overdag open voor iedereen die behoefte heeft aan contact.
Father Picavet heeft een huis in Jinja (de straat waar hij woont is naar hem vernoemd), maar sinds hij met pensioen is heeft hij ook een huis buiten de stad en daar gaan wij op de thee. We krijgen allereerst een rondleiding door het bos dat hij heeft aangelegd. Hij wordt bij dit project ondersteund door stagiaires van de landbouwhogeschool uit Kampala. We maken ook kennis met enkele van hen. Door het aanplanten van een bos, gaat er meer regen vallen, wat goed is voor dat bos, maar ook voor de mensen die in de omgeving wonen. Met het bosproject doet hij nu ook mee in de handel in CO2 compensatie. Hij is bezig om contracten met Westerse bedrijven te sluiten, die CO2-certificaten kopen om hun uitstoot te compenseren. Daarvoor krijgt het bosbouwproject dus inkomsten uit en daarmee kan hij weer meer bos aanplanten. Maar hij doet meer dan alleen de bosbouw. Ze hebben ook scharrelkippen die kuikentjes krijgen en er wordt gefokt met een inlands schapenras. Daarnaast heeft hij ook hier een kapel gebouwd; een schooltje grenst aan zijn bos en hij heeft gezorgd voor trappen, zodat de bewoners uit het dorp nu via een trap naar de oever van de Nijl kunnen, in plaats vanaf een gevaarlijke helling (ze doen daar de was). En hij zelf woont op een paradijselijke plek. Zo fantastisch mooi!!
Hij heeft een bescheiden, maar heel gezellig huis gebouwd waar hij ook familie uit Nederland kan laten logeren, hij heeft een overdekt terras met een uitzicht over een grote tuin die aan de oever van de Nijl ligt. Maar dan wel heel hoog, dus het uitzicht, ook over de Nijl is magnifiek. Er groeien de prachtigste bloemen en planten. En de mens father Picavet is een gezellige man die bruist van energie, nog steeds erg slecht Engels spreekt, en inmiddels ook een mengelmoesje als het om Nederlands gaat. Hij leert me wel hoe je Okusubira (als Okusúbilja) uitspreekt. Ondanks dat we er maar een klein twee uur zijn, is het gesprek heel waardevol, ook over geloven en kerk zijn (en de visie van father op de rol van de priester). Maar ook over zijn blijven in Oeganda of teruggaan naar Nederland als hij oud zou worden en hulpbehoevend. (Father Picavet is 73 jaar oud). Het feit dat Rinty nu permanent in Oeganda is komen wonen en als vertrouwens persoon/verpleegkundige veel voor hem betekent heeft hm doen besluiten om in Oeganda te blijven. We genieten van elkaar, de tuin, het uitzicht en de ondergaande zon. Een dag met een gouden randje.
Het bovenstaande verhaal is een verslag van ons bezoek in januari 2011. We hadden toen niet kunnen vermoeden dat Rinty’s zorg voor father Picavet zo snel erg intensief zou worden. Een kleine twee weken geleden werd father Picavet ziek. Leek eerst een griepje, maar Rinty heeft hem toch naar het ziekenhuis in Jinja gebracht. Het bleek een longontsteking, maar er kwamen complicaties bij. Inmiddels ging het zo slecht dat hij naar het ziekenhuis in Kampala is overgebracht. Rinty is nu ook de officiële vertegenwoordiger in Oeganda van father Picavet en gelukkig zijn de Ierse artsen bij het hospice, zodat Rinty de ruimte ook heeft om van alles te regelen. Samen Alex staan ze hem bij, de afgelopen dagen is de situatie kritiek en ligt hij aan de beademing. Rinty en Alex verblijven veel in Kampala.

Father Picavet: een boeiende mens. Ik hoop van harte dat het definitieve afscheid niet zo snel komt en dat hij nog vaak van een prachtige zonsondergang kan genieten.

donderdag 17 maart 2011

De Itanda watervallen

Na de kraamvisite van een aantal blogs geleden, rijden we door  naar de Itanda falls. Vanaf de Source of the Nile heb je bij Jinja de Owen falls, maar die zijn helemaal verdwenen door een stuwdam. Een stukje boven Jinja heb je de Bujagaly falls, waar nu een tweede stuwdam wordt gebouwd (en die dus over twee jaar compleet verdwenen zullen zijn) en nog meer stroomafwaarts, naar het noorden liggen de Itanda falls. We rijden/hobbelen ruim een uur, langs dorpjes met de mooie namen Mufabira, Namulesa, Nakabango en Butagaya. Ergens slaan we af naar het westen en komen bij een parkeerplaats aan de oever van de Nijl (parkeergeld is  € 0,60). We staan dan heel hoog en het uitzicht is overweldigend. De Nijl is erg breed en het is hier niet één waterval, maar zo’n acht stuks; ook niet spectaculair hoog, maar wel veel achter elkaar. Bij al dat ‘geweld’ voel ik me klein. We lopen een stukje naar beneden. Alleen het laatste stukje is vrij stijl, dus ons Ma blijft wat hoger staan. Ook daar vandaan is het een prachtig gezicht. We zien waar de naam ‘de witte Nijl’ vandaan komt.
Ik zit een tijdje op een steen onder aan de eerste ‘trap’  en Rinty vertelt het verhaal van de Itanda falls: elk jaar ‘roept’ de watergeest enkele personen. Als je op dat lage punt staat, met die geweldige natuurkracht om je heen, wordt je geroepen. Als je op één punt in het vallende water kijkt, verandert het geluid en hoor je een roep. Als je daaraan gehoor geeft loop je het water in….. enkele keren per jaar worden hoopjes kleding gevonden en zijn hier mensen verdwenen om nooit meer terug te komen. We hebben natuurlijk de proef op de som genomen. Het klopt dat wanneer je daar staat en je naar één punt kijkt, dat het geluid heel anders wordt. Een soort van onder water zwemmen geluid. Maar de watergeest vond mij te wit denk ik, want erg duidelijk was zijn roep niet. 
Er komen een paar bootjes met rafters. De beginnelingen stoppen voor de eerste waterval. De gevorderden nemen de eerste laag, stappen dan uit, lopen om de gevaarlijke midden watervallen en stappen dan weer in de bootjes voor de laatste stroom. We gaan terug naar boven en gaan zitten op een nieuwe houten bank. We lezen de naam Johannes Coesee, bedenken nog dat het als een Zuid Afrikaanse naam klinkt en genieten van het uitzicht. We hebben wel gezien dat er een piep klein boompje achter de bank staat, met allemaal takken met stekels eromheen tegen vraat, maar we kijken toch vooral naar de watervallen, en de groep met rafters die bootjes verslepen over de kant.
Op enig moment komt er een rafter met een 1½ literfles water onze kant op en leegt die fles bij dat boompje. Dat ziet er heel grappig uit en wij reageren natuurlijk naar deze jongeman. Hij vertelt dat zij de week ervoor de bank hebben geplaatst en het boompje hebben geplant ter nagedachtenis aan hun collega. Elke dag als zij nu met de boten langs komen, geven ze het plantje water. Hun collega is gedood in de Nijl, door een krokodil. Als hij weg is lezen we de tekst op de bank beter: Johannes is inderdaad vier maanden voor onze komst overleden. Hij werd 35 jaar. (We zijn alleen vergeten te vragen waar in de Nijl hij die krokodil was tegen gekomen.) De bank werd hier geplaatst, omdat hij deze watervallen de allermooiste vond. Op dat moment kan ik dat alleen maar beamen.

zondag 13 maart 2011

’s Avonds een straatje om

Een keer gaan Rinty en ik met vier van de honden een straatje om. Het is een half uur voor zonsondergang. Buiten de poort slaan we links af, iets later nog een keer links en dan alleen maar een aantal keren rechtsaf. Een klein blokje om, maar een geweldige kennismaking met de directe omgeving waar Rinty woont.  De weg is gewoon de rode aarde (op de foto links zie je de straat waar Rinty woont). Overal zijn de mensen aan het koken op houtskool en hun afval aan het verbranden, dus het ruikt naar vuurtjes. Dat is voor mij de geur van Afrika: vuurtjes. Dat komen we de hele reis tegen. Bij de buren is de compound heel mooi opgeruimd; bij de rest van de huizen is het veelal rommelig. Er lopen kippen los, ook over straat, sommige hebben kuikentjes. Echte scharrelkippen, hier zitten kippen alleen in kooien als ze op de markt verhandeld worden. Op het hoekje aan het eind van de straat komen wat kinderen aanhollen en ze roepen ons na ‘Mzungu, mzungu’ want eigenlijk ‘Engelsen’ betekent, maar wordt gebruikt voor alle blanken. Wij houden de honden aan de lijn en niemand mag bij hen in de buurt komen (iedereen  moet denken dat ze gevaarlijk zijn, wat ze dienen ook als bewaking van de compound).
We zien uitbundig bloeiende bougainville’s; een totaal vervallen resort uit de Engelse tijd (wat zou je met veel geld daar nog iets moois van kunnen maken); buurtbewoners op de fiets; een geit aan een touw langs de kant van de weg; een strookje grond langs kant waar wat groenten verbouwd worden. We passeren een kerk en verderop een huizenblok (niet direct aan de weg, daar zit dan weer een akkertje tussen) met allemaal kleine raampjes: ieder raampje is één woning. We passeren ook een omheind terrein, waar een militaire basis is gevestigd. Dan rechts nog twee heel mooie huizen en we komen bij een hoofdweg. Daar is het op dat moment nog heel druk met vrachtwagens en bodaboda’s. En natuurlijk ook met voetgangers die de avondboodschappen hebben gedaan bij de houten winkeltjes aan de kant of het marktje er achter.
Rinty heeft de grote honden Jack, Jane en Spike aan de lijn. Ik loop met de pup Jade, die die dag voor het eerst mee naar buiten mag. Dat is al heel grappig. Ergens op een recht stuk weg rent Rinty met de honden een paar keer heel hard op en neer. Ze heeft er zelf net zoveel plezier is als de honden. En ik voel me heerlijk. Als ik nu terugkijk is dat het uur(tje) geweest waarin ik me het gelukkigst heb gevoeld. Zo’n moment waarop alles samen valt en klopt; de geuren, de kleuren, Rinty die hier thuis is en op dat moment zo heel dichtbij. Ik voel me hier thuis en begrijp dat Rinty hier gelukkig is.

zondag 6 maart 2011

Een ‘kantoordag’ bij het hospice

De dinsdag in de eerste week van ons verblijf is een kantoordag. Als na de thee de collega’s met de jeep het veld zijn ingegaan, blijft een verpleeg- kundige achter voor het spreekuur bij het hospice, Rinty gaat aan haar werk, terwijl Joyce zorgt voor de ‘huishouding’. Omdat Joyce daarmee niet de hele dag bezig is, maakt ze van vellen papier medicijnzakjes. Echt zakjes plakken, maar dat is veel voordeliger dan deze te kopen en er gaan echt heel veel zakjes per week door. Net binnen de deur van het hospice staat een bank en voordat het spreekuur begint zitten er al behoorlijk wat mensen te wachten. Maar die blijken allemaal voor het laboratorium er naast te zijn, wat op dat moment nog niet open is. Dan ga je dus gewoon bij de buren in de wachtkamer zitten. Grappig, hoe gemakkelijk men daarin is. De verpleegkundigen schrijven hier alle patiëntengegevens nog met de hand in een dossier en ook de medicijnboekhouding wordt nog met de hand gedaan. Op mijn vraag of dat niet handiger met de computer kan, blijkt dat de collega’s geen van allen met de computer kunnen omgaan. En later deze ochtend zal ik merken, waarom dat handmatig bijhouden nog helemaal zo slecht nog niet blijkt………

Na de thee is ons Ma lekker buiten gaan zitten. Petje bij de hand en zonnebril op, boek en puzzelboekje met pen ondr handbereik en veel kijken naar alle mensen die af en aan lopen, zowel voor het hospice als bij de ‘buren’. En ik doen even een ‘andere pet’ op en ben dan een van de hoofdsponsors van het hospice. Vanuit Okusubira ga ik de boeken van het afgelopen half jaar controleren. Uiteraard bekijk ik of de bonnetjes kloppen met de geboekte uitgaven. Gelukkig is alles heel duidelijk terug te vinden en kan ik de boeken akkoord verklaren. Maar ondertussen zie ik wel hoe Rinty het boekhouden heeft opgezet. Dit is een van de zaken waarvoor ze (zonder enige hulp of opleiding) ook verantwoordelijk is. En  omdat ik wel boekhoudervaring heb, bespreek ik met Rinty hoe zij de boekhouding zo kan inrichten dat ze sneller het overzicht van de inkomsten en uitgaven in beeld krijgt. Nu is het van allerlei plaatsen de bedragen bij elkaar zetten en veel handmatig telwerk. Daarnaast bekijken we de begroting 2011 van het hospice. Er zijn wat posten opgenomen waarvoor nog geen inkomsten zijn gevonden en de vraag is dus of Okusubira nog ruimte heeft om dit jaar meer te doen dan de onderdelen waarvoor zij zich garant stelt. Maar nog voordat we helemaal klaar zijn, valt de stroom uit….. om die dag niet meer aan te springen. Erg handig dus, een patiëntenregistratie waar je zonder computer mee uit de voeten kunt.
Ik probeer op kladblaadjes wat schema’s voor het inrichten van de nieuwe boekhouding uit. En verder wordt het een lummeldagje. We gaan met z’n drieën tussen de middag in een restaurantje eten. Frietjes met een soort gehakt of kip. Wel lekker, maar het duurde deze keer wel lang voordat de bestelling werd geleverd. Ondertussen komt er ook een vrouw langs met een mand op haar hoofd. In de mand zitten pinda’s, sojabonen en dergelijke die als snack te koop zijn. Voor 1.000 Ush (€ 0,30) koop je een punt zakje. Erg lekker, pittig.
Ik zei het al, het werd die dag niks meer met de stroom in het hospice, maar eenmaal thuis was er weer wel elektriciteit. In de Nijl bij Jinja ligt een grote stuwdam en er wordt ook zeker elektriciteit opgewerkt. Alleen heeft de regering al jaren geleden een contract met het buitenland afgesloten voor het leveren van stroom. En omdat in de loop van de jaren het stroomverbruik door de ontwikkeling van het land sterk is toegenomen, wordt er te weinig stroom opgewekt. En de Oegandese regering kiest ervoor om het contract met het buitenland na te komen, waardoor er op sommige momenten dus geen stroom voor de eigen bevolking overblijft. Op dit moment wordt er verderop in de Nijl , bij de Bujagali-falls een nieuwe stuwdam gebouwd om dit probleem op te lossen. Helaas betekent dat natuurlijk wel weer een stukje opofferen van het natuurschoon en een toeristische attractie van Jinja. Maar begrijpelijk is het wel. De stroom is overigens ook niet van een constant voltage. Er zitten tussen belangrijke apparaten (zoals de computer in het hospice en de tv/geluidsinstallatie bij Woody en Rinty thuis) apparaatjes om die stroomwisseling op te vangen. Maar Rintys broodrooster had dat niet, zodat die er op enig moment uit knalde. Stekker én stopcontact kapot. Maar dan komt de Hollandse opvoeding goed van pas en laat Rinty Hamyat haar ogen uit kijken door de stekker zelf te repareren.

woensdag 2 maart 2011

Geld en bewakers

Geld pinnen bij de bank vanaf een Nederlandse rekening is sinds een paar maanden ook in Jinja mogelijk. De Oegandese shilling staat op het moment laag, dus dat betekent veel Ush voor een euro. Je kunt maximaal voor 700.000 Ush  pinnen wat omgerekend rond de  240 euro is. Voordat je het weet, heb je dus een paar ton in handen. De bankbiljetten op de foto zijn twee ton, je loopt dus ook met stevige pakken bankbiljetten weg.
Rinty rijdt me de eerste zaterdag naar de bank en direct als we het terrein op lopen komt er een bewaker met een groot geweer aanlopen. Het is verder rustig en de bank zelf is gesloten, dus we zijn snel klaar.  Er zijn hier heel veel bewakers (zie ook mijn vorige verhaal bij de spoorbrug over de Nijl). Bij het boodschappen doen wachten Ma en ik bij de auto terwijl Rinty een winkel binnengaat voor pasta. Naast de deur zat een bewaker, ook weer met groot geweer, met naast hem een grote stapel met eieren. Die eieren waren van de rolexbakker op het hoekje, maar het lijkt net of hij die stapel eieren bewaakt. Heel komisch, maar ik durf er vanwege de ‘staatsveiligheid’ geen foto van te maken.
Woody en Rinty wonen in een gebouw met vier appartementen. De compound is ommuurd met een groot ijzeren hek. Van ’s avonds 7 tot ’s morgens 7 uur is er ook op deze compound een bewaker. Hij wordt geacht de poort open te maken als er bewoners thuis komen en ronden te lopen tijdens de nacht om te kijken of er niemand over de muren klimt e.d. Het is al de zoveelste sinds ze er wonen. Hij wordt betaald door de vier bewoners, maar is in dienst genomen door de bovenbuurman. Hij heeft een bankje met een klein dakje en als het hard regent dan kan hij ook in een van de garages schuilen. Hij heeft wel een eigen toilet en douche en meestal eigen water. Deze bewaker is niet gewapend. De huidige bewaker is niet echt een goeie. Hij drinkt heel veel en ligt ’s nachts vaak te slapen, hetgeen niet toegestaan is. Er zijn nachten dat hij helemaal niet komt opdagen en toen wij er waren vertelde de bovenbuurman dat hij de bewaker toen hij ’s avonds laat thuis kwam wakker had moeten maken met zijn eigen zaklamp.  Wij zouden zo iemand direct ontslaan, maar hier gaat dat weer niet zo. De bovenbuurman heeft het aangenomen, dus als hij ontslagen moet worden, dan moet die bovenbuurman dat doen. Woody of de andere buurman zullen dat dan weer niet zelf doen. Een hiërarchie die ons vreemd is. Als je ´s avonds door Jinja loopt, dan zie je bij een heleboel winkels bewaking zitten. Voor zover ik het weet, heeft het hospice dan weer geen bewaking ´s nachts. Het is wel zo, dat Rinty´s collega Joyce net zo lang in het hospice moet blijven tot Rinty is vertrokken, dus als Rinty overwerk tot later dan 8 uur, is Joyce er ook het grootste deel van de tijd. Dat is dan wel weer veiligheid.
De financiën in het hospice zijn heel streng geregeld. De voor-voorganger van Rinty is ontslagen vanwege fraude en nu is de Raad van Advies heel streng. Rinty moet aan het begin van elke maand aangeven hoeveel zij uit zal geven. Daarvoor krijgt ze contant geld (alleen salarissen gaan per cheque). Dat gaat allemaal in verschillende mapje. Aan het eind van de maand, moet alle geld  dat ´per mapje´ over is weer op de bank worden gestort. Er mag geen geld van het ene naar het andere mapje verhuizen, en alvast geld dat je overhoudt uitgeven voor iets waarvoor het niet bestemd is, is ook niet toegestaan. Zo reden de medewerkers in de weken dat wij er waren met één accu voor twee auto´s (steeds omwisselen) omdat pas in februari de uitgave voor een nieuwe accu kon worden begroot en er dus geld voor mocht gereserveerd. Hier is even een cultuurverschil waar we tegenaan lopen.

zaterdag 26 februari 2011

Source of the Nile

Jinja ligt aan de bron van de Nijl. Alhoewel het water van het Victoriameer en de Nijl elkaar raken, is de Nijl geen uitloop van het Victoriameer, maar welt het water echt uit de bodem omhoog. Bij Jinja begint dus een reis van drie maanden naar de monding van de Nijl in de Middellandse zee. En natuurlijk gaan we als echte toeristen een kijkje in het Source of the Nile-park nemen: een kleine bijdrage als entree, royale parkeerruimte, want het is er rustig; en heel veel trappen af, langs toeristenkraampjes die de ‘standaard’ spulletjes verkopen.  Maar de natuur is echt ontzettend mooi. Prachtige bloemen, palmbomen met palmvruchten; bootjes die je naar het ‘echte’ punt van de bron van de Nijl konden brengen; libellen in prachtige kleuren en de leuke naam van ‘Dragonflys’ en heel veel vogels. Het is heerlijk om aan de oever te staan, te kijken en te wandelen. Gelukkig voor Ma’s knieën hoeven we niet al die trappen weer omhoog, want er voert een verhard pad slingerend de heuvel weer op.
En dan boffen we natuurlijk met onze ‘lokale gids’, want vanuit het park rijdt Rinty ons een stukje verder langs het water. We stoppen en maken een flinke wandeling, ook langs de oever van de Nijl, tot op de spoorbrug. We zien de meest mooie planten, prachtige vogels en een herder met een kudde geiten, allemaal aan een touw, op eentje na, want dat beestje is kreupel. In een van de bomen hangt een groot bijennest; ik kan prachtig inzoomen op een kingfisherbird; en we zien de Afrikaanse rode aarde. De kleuren van Oeganda: rode aarde en groene planten en zwarte mensen, allemaal even mooi. We beklimmen het voetpad langs de spoorbrug en blijven midden op staan om van het uitzicht te genieten. Ik maak foto’s van  vogels en…. krijg de bewaking op mijn dak. Elke vitale verbinding, gebouw of noem maar op heeft hier bewaking. De spoorbrug, waar zo’n twee keer per week een trein van Kenia naar Kampala overheen rijdt (goederenvervoer), wordt ook bewaakt. En foto’s maken is not done, want ik zou er wel eens terroristische bedoelingen mee kunnen hebben. Maar natuurlijk nemen we geen risico en laten we ons van de brug terug jagen. Ik ben mijn fototoestel liever niet kwijt en dat geweer in de handen van een bewaker die ook alcohol drinkt is ook genoeg reden om terug te stappen. Weer beneden op de oever worden we gevolgd door twee jongetjes, die kennelijk het gedrag van drie blanken wel interessant vinden, want telkens als wij blijven staan doen zij dat ook. Daarmee krijg je wel het onbehaaglijke gevoel dat ze je spullen willen rollen. Maar het is alles bij elkaar een heel ontspannen wandeling: heerlijk, heerlijk, heerlijk!

maandag 21 februari 2011

Kraamvisite

De ene week een afscheidsbijeenkomst, een week later gaan we op kraamvisite. Shem, freelance collega van Rinty is op 29 december 2010 voor het eerst vader geworden. Als hij die eerste donderdag op het hospice komt, wordt er door de collega’s voor hem een lied in het Luganda gezonden (natuurlijk met drums erbij). Vrij vertaald komt het er op neer dat Shem wordt gefeliciteerd met zijn zoon. Hij mag God danken dat hij zo’n geweldige vrouw heeft, die hem een zoon heeft geschonken.  Nu is hij pas echt volwassen. 
Shem heeft aangegeven dat we altijd welkom zijn, dus rijden we er op zaterdagochtend (tweede week) heen. Shem blijkt niet thuis te zijn, maar zijn vrouw Gladis en mr. Muthalla jr. wel.  Gladis is nog bezig met de baby verzorgen, maar we mogen al wel binnen komen in de woonkamer, waar 1 kast en een groot bankstel in past. Er is een meisje, die begint met het afruimen van de salontafel - alles krijgt een plaatsje in de kast; ze maakt de tafel schoon met een doekje en komt vervolgens met kleedjes voor over de tafel en de rugleuningen van de stoelen en bank. Daarna zet ze al bekers en suiker op tafel. Het gaat niet snel, maar heel zorgvuldig… en ze gaat vervolgens buiten op de veranda verder met de afwas. Ze spreekt nog geen Engels en ze komt regelmatig om een hoekje kijken hoe het met ons gaat….  deze kleine dame van vijf jaar oud! Het is een nichtje van Shem die van haar oma alle huishoudelijk werk al heeft geleerd. We drinken thee en krijgen er banaan bij en met Gladis is het heel gezellig. En de baby is een prachtig klein mensje. We hebben er echt van genoten.

We hebben hem uitgebreid op de foto gezet. Foto’s van baby’s maken is hier nog niet zo gewoon als bij ons.
Vooral de komst van ons Ma, de  jaja (spreek uit djadja) van Rinty wordt erg gewaardeerd.  Gladis is van en andere stam dan Shem en de meeste mensen in Jinja. Zij komt uit Noord Oeganda en heeft Shem leren kennen toen ze in Jinja een laboratoriumopleiding heeft gedaan. Ze heeft in het begin erg veel moeite gehad om te wennen. Ze sprak de locale taal niet en ook een heleboel gebruiken zijn toch anders. Gladis gaf aan dat mensen het van Rinty veel makkelijker accepteren als je ‘fouten’ maakt. Iedereen snapt dat een blanke niet alles kan weten. Omdat je aan Gladis niet kan zien dat ze van een andere stam is, wordt het verschillend zijn veel minder geaccepteerd.

woensdag 16 februari 2011

Herdenkingsdienst

Onze eerste zaterdag in Jinja, als we na een reis van bijna drie uur vanuit Entebbe zijn aangekomen, gaan we al direct met Rinty op pad. Rinty heeft  enkele verplichtingen, waarbij onze aanwezigheid niet stoort, dan wel zeer op prijs wordt gesteld. Allereerst gaan we met de auto van de buurman naar een bijeenkomst van de Nederlandse ambassade over de maatregelen die er worden genomen rond de algemene verkiezingen in Oeganda. Rinty heeft daarover van de Nederlandse Vera gehoord. De locatie is vaag: bij het retraitehuis van twee Nederlandse vrouwen. We blijken in de verkeerde buurt te zitten, plegen een telefoontje en moeten naar een heel andere wijk. Behalve de hoofdwegen in Jinja is er niet veel geasfalteerd, dus we hobbelen stevig. We vinden de locatie, een prachtige plek aan de Nijl. Werkelijk een droomlocatie van twee Nederlandse vrouwen die hier een retraitehuis runnen. Maar…. De bijeenkomst is afgelast, omdat er te weinig aanmeldingen zouden zijn. Rinty en Vera wisten van geen aanmelden, dus die waren gewoon gekomen. Dit is Afrika en ook de Nederlandse zaken worden aardig op z’n Afrikaans geregeld. Terwijl de vrouwen overleggen lopen Ma en ik een rondje door de prachtige tuin.
En toen naar het huis van Marcelina, een verpleegkundige van het hospice. Daar is een herdenkingsdienst voor haar vier weken geleden overleden dochter. Claire was 27 jaar, net afgestudeerd aan de universiteit, net een nieuwe baan en na 14 dagen door een volkomen onbekende oorzaak overleden. Marcelina houdt er rekening mee dat ze vergiftigd is. Er staat een grote tent in de tuin waarin wel 80 stoelen stonden. Gelukkig vinden we een plek uit de zon. De herdenkingdienst begint om 3 uur, heel on-Afrikaans precies op tijd (wij zijn ook 10 minuten te laat), maar er komen tot 4 uur nog mensen binnen druppelen. De dienst is een katholieke viering met priester, dus de orde van dienst is voor ons vertrouwd. Ik blijk naast Benna, de vriendin van Rinty te zitten met daarnaast haar moeder. Onder de dienst schudden we elkaar de hand al even. De viering is in het Engels, waardoor ik de preek niet goed genoeg kan volgen. Maar het zingen was een feest. De Engelse liederen kan ik meezingen, vooral ook omdat Benna heel goed zingt (ook stukken solo) waardoor ik lekker veel steun aan haar heb. Behalve de viering te volgen komt bij mij ook de ‘waaromvraag’, Hier zitten Benna’s moeder en ik met twee mooie jonge vrouwen als dochter en we bidden voor Claire en voor Marcelina  die nu zonder haar dochter verder moet. Het is wel mooi dat er op een bepaald moment een (zwart/witte) vlinder door de tuin fladdert.  Na de viering zijn we gezellig met Benna en haar moeder – een open, goedlachse vrouw - aan het praten, als we worden uitgenodigd om binnen te komen eten bij de priester. Ik vroeg aan Rinty of dat is omdat we de enige drie blanken in het gezelschap zijn, maar Rinty denkt dat het vooral komt omdat Rinty Marcelina’s baas is. Goed, wij dus naar binnen. Een vrouw staat met een kan en een waterbak klaar, zodat we onze handen kunnen wassen. We mogen eten pakken en gaan zitten bij een groepje mensen, waaronder de priester en zijn acoliet. Een van de mensen is de vader van Marcelina en als Rinty aan deze mens wordt voorgesteld, geeft ze hem een hand en knielt  ze even. Dit is volgens haar een gebaar van respect, niet van onderdanigheid, dat ze altijd gebruikt voor oude mensen. Dus wij grappen even dat ze dat ook voor ons Ma zou moeten doen. Als ik het eten opschep ligt er nog maar een vork, die ik laat liggen. Ik bedenk met Ma samen te doen, maar Rinty is al gewend met haar handen te eten. En deel van de andere gasten doet dat ook. Het is dan leuk om te zien dat daarna de waterkan weer langs komt. Als je iemand als afscheid een hand wil geven, maar zijn/haar handen zijn nog niet schoon, dan geven ze een arm, met de hand naar beneden gedraaid. Het overgrote deel van de gasten is buiten blijven zitten en eet met een dienblaadje op schoot. Toen de priester was vertrokken en de borden leeg, zijn we nog een half uur bij Benna gaan zitten. Er werd ondertussen aandacht gegeven aan belangrijke gasten, die blijken bij de komende verkiezingen ergens op een kandidatenlijst te staan. Rinty vertelt dat dergelijke bijeenkomsten vaak uitmonden in een politiek getinte bijeenkomst, zeker zo kort voor de verkiezingen. Zo van ‘zie eens hoe betrokken ik bij de mensen ben’. Waarschijnlijk betalen ze ook wel een deel van de kosten. Marcelina is ook bij ons komen zitten. Voor zover het gaat, praat ik wat met haar. Marcelina geeft aan dat Afrikanen zich niet zoveel vragen stellen bij de dood. De dood komt zo vaak en je kunt er niets tegen doen. Ze vindt het vooral fantastisch dat er zoveel mensen zijn gekomen om te bidden. In de loop van de week zullen we merken dat het verdriet bij Marcelina pas na dit definitieve afscheid echt zal komen.